Joep Lange Instituut

Archief:
GIL 34
winter 2015/2016

Onno Schellekens – Managing Director PharmAccess Foundation

PharmAccess werd opgericht in 2001 op initiatief van Joep Lange. Vanuit de zorg voor hiv/AIDS-patiënten ontwikkelde de organisatie zich tot een belangrijke facilitator voor de financiering van gezondheidszorg in Afrika. De huidige directeur, Onno Schellekens, stond mede aan de wieg van verschillende initiatieven: het Medical Credit Fund (leningen voor kleine klinieken in Afrika), SafeCare (kwaliteitsstandaarden en verbeterings- programma’s), IFHA (een grote kapitaalverschaffer) en het Health Insurance Fund (financiering van innovatieve zorgprogramma’s). Het credo bij al deze organisaties luidt: gezondheidszorg is een economisch proces. Een standpunt dat rechtstreeks voortkomt vanuit de pragmatische, praktijkgerichte visie van Joep Lange. Binnenkort wordt een instituut geopend dat zijn naam zal dragen. Onno Schellekens vertelt over de achtergronden en de plannen.

Gezondheidszorg is een economisch proces

Het begon allemaal met behandelprogramma’s voor hiv/AIDS- patiënten in Afrika. De epidemie had daar desastreuze vormen aangenomen en niemand geloofde dat het onheil kon worden gekeerd. Behalve een groep aanpakkers rondom Joep Lange. Zij constateerden dat in veel Afrikaanse landen de overheid niet bij machte was de gezondheidszorg adequaat te organiseren, waardoor hiv/AIDS-patiënten niet konden worden bereikt. De oplossing werd door hen niet gezocht in geldverschaffing aan die overheden, maar in het ontwikkelen van behandelprogramma’s in samenwerking met private partijen, aanvankelijk met multinationals die met hulp van PharmAccess gezondheidsdiensten voor hun medewerkers opbouwden en daarmee aantoonden dat hiv-zorg in Afrika mogelijk was. In de jaren daarvoor besteedden Lange en zijn team al aandacht aan de moeder-op-kind transmissie van hiv, waardoor de wereldwijde perceptie een dramatische wending nam: hiv/AIDS was niet langer uitsluitend een aandoening van MSM, maar met name een armoedeziekte. Deze twee stappen tezamen openden mogelijkheden tot publiek-private samenwerking, want voor de bestrijding van armoedeziekten komen overheden graag in actie en behandeling bleek technisch mogelijk. Vanaf 2003 begonnen de eerste publieke gelden beschikbaar te komen en traden andere donoren naar voren. Het leidde tot een wereldwijde respons waardoor nu 11 miljoen mensen in Afrika op behandeling staan.

Verzekeringen cruciaal

In de fase hierna breidde PharmAccess zijn activiteiten uit met als doel de gezondheidszorg in zijn geheel te versterken. Onno Schellekens: ‘Wij zijn actief in een aantal landen in sub-Sahara Afrika, te weten: Kenia, Tanzania, Nigeria, Namibië, Ghana en Mozambique. Dat zijn allemaal landen waar de staat onvoldoende voorziet in de zorg voor de bevolking. Wij faciliteerden eerst gezondheidsprojecten die ervoor zorgden dat de medicatie inderdaad bij de patiënten terecht komt. Maar al snel beseften wij dat je geen goed functionerende gezondheidszorg kunt opbouwen door alleen op medicijnen te focussen. Je moet helpen bij de ontwikkeling van artsen en patiënten en niet alleen met het verschaffen van goederen. De patiënt moet zich de zorg kunnen

In veel Afrikaanse landen was de overheid niet bij machte de gezondheidszorg adequaat te organiseren

permitteren en de arts moet over de middelen beschikken om kwalitatieve zorg te leveren. Het gaat dus om geld en met name om geldstromen. Economie dus. En binnen de economie van de gezondheidszorg zijn verzekeringen cruciaal voor het aansturen van de geldstromen en het toegankelijk maken van de zorg. Daarom heeft PharmAccess intensief meegewerkt aan de opbouw van zorgverzekeringen in Afrika. Momenteel werken onze 130 lokale medewerkers samen met duizenden klinieken en verschillende verzekeraars ter plaatse. Op ons hoofdkantoor in Nederland werken zo’n 65 mensen. In 2001 zijn wij gestart met 1 miljoen euro, nu beheren al onze fondsen samen zo’n 300 miljoen euro aan privaat en publiek geld.’

Beter verdienmodel voor dokters

Met behandelprogramma’s voor hiv/AIDS-patiënten en met zorgverzekeringsprogramma’s worden vooral de patiënten bediend. Maar het is even belangrijk ervoor te zorgen dat de dokters hun werk goed kunnen uitvoeren. In Afrika is dat vaak

een probleem omdat artsen niet over het geld beschikken om apparatuur aan te schaffen, praktijkondersteuning te organiseren en bijscholing te volgen. Schellekens: ‘Wij zijn met PharmAccess de derde fase ingegaan (na behandelprogramma’s en verzekeringen), namelijk: het bevorderen van kwaliteit door het opstellen van standaarden en het verschaffen van leningen aan artsen in Afrika. Momenteel hebben wij zo’n 700 leningen

Je moet helpen bij de ontwikkeling van artsen en patiënten en niet alleen met het verschaffen van goederen

uitstaan voor in totaal 10 miljoen euro. Vroeger konden Afrikaanse artsen moeilijk aan geld komen omdat er voor banken grote risico’s verbonden waren aan dergelijke leningen. Het was maar de vraag of de arts de lening kon terugverdienen. Wij helpen de dokters nu niet alleen met geld, maar ook met het opstellen van een terugverdienmodel. Wij proberen hun risico’s te reduceren, onder andere door hen te ondersteunen met klinische standaarden, zodat zij het niveau van de dienstverlening kunnen verbeteren. Daarnaast zijn we mobiele betaaldiensten aan het ontwikkelen waarmee patiënten direct hun arts kunnen betalen voor de geleverde diensten. Bij gesubsidieerde acties, zoals vaccinatieprogramma’s of hiv-testen, kun je de patiënten een digitale tegoedbon geven die zij door hun arts kunnen laten verzilveren. Op die manier maak je het betalingsverkeer eenvoudiger en heeft de arts sneller zijn geld binnen. Het lijkt een geavanceerde service, maar in Afrika is het gebruik van mobiele telefoons voor betaalverkeer erg groot. Vrijwel iedereen in Afrika weet hoe je een dergelijke service kunt gebruiken.’

Joep Lange Instituut

Als Joep Lange niet zo tragisch was verongelukt, zou hij in 2014 de rede ‘Great Escape’ hebben uitgesproken, waarin hij zou hebben benadrukt dat de hiv-zorg in Afrika een groot succes is geworden, waardoor op dat continent in toenemende mate hoop is ontstaan, met als gevolg: een versnelde sociale ontwikkeling. Tevens zou hij hebben gepleit voor een publiek-private aanpak van de gezondheidszorg. Onno Schellekens: ‘Dit gedachtegoed willen wij onderbrengen in het Joep Lange Instituut. De bedrijfskundige insteek voor de gezondheidszorg zal hierin centraal staan, tezamen met wetenschappelijk praktijkonderzoek. Binnen de gezondheidszorg is vertrouwen cruciaal. Je moet erop kunnen vertrouwen dat de overheid die zorg goed voor je regelt. Als dat vertrouwen ontbreekt, gaan mensen het zelf organiseren, meestal

ZORG

op kleinere schaal en met weinig organisatorische kennis. Dat is meestal niet erg effectief. Daarom wil het Joep Lange Instituut de leemtes invullen die sommige Afrikaanse overheden hebben laten ontstaan. Dat gebeurt vanuit de pijlers die zo karakteristiek waren voor Joep: wetenschap, pragmatisme en activisme. Wij gaan verschillende modules ontwikkelen voor de verspreiding van wetenschappelijke kennis in gebieden die daartoe weinig toegang hebben. Ook gaan we aandacht besteden aan een belangrijk historisch onderwerp: hoe zijn beschavingen in de loop der geschiedenis welvarend geworden? Dit kan inzicht verschaffen in kritische succesfactoren. Ook gaan we informatie beschikbaar stellen over succesvolle economisch/medische interventies en gaan we projecten uitvoeren waardoor arme Afrikanen beter kunnen worden bereikt door middel van moderne technologie.’

JLI is meer dan wetenschap

Maar het Joep Lange Instituut wil meer doen dan kennis verspreiden en pragmatische oplossingen bedenken voor praktische problemen. Schellekens: ‘Joep was ook een man van actie voeren. Die lijn willen wij vasthouden door ruimte te geven aan advocacy, bijvoorbeeld door hoogleraren van het Joep Lange Chair and Fellows Program gedurende enkele maanden te laten doceren vanuit de gedachte: making health markets work for the poor. Want waar de overheid het laat afweten is gezondheidszorg een markt en wij willen dat ook arme Afrikanen in die omstandigheden aan goede zorg kunnen komen. De Nederlandse overheid en een aantal private partijen, waaronder Gilead Sciences, zijn het met onze visie eens. Aan het onlangs opgerichte Joep Lange Instituut is al 20 miljoen dollar toegezegd om de doelstellingen te ondersteunen en de organisatie op de

Wij zijn mobiele betaaldiensten aan het ontwikkelen waarmee patiënten direct hun arts kunnen betalen

kaart te zetten.’ PharmAccess en het Joep Lange Instituut gaan naast elkaar opereren. Het Joep Lange Instituut zal zich vooral richten op beleidsvraagstukken en PharmAccess zal zich bezig blijven houden met de implementatie en het faciliteren van goede ideeën. Schellekens: ‘Daarbij worden wij ondersteund door andere organisaties, zoals AIGHD. Het AIGHD (Amsterdam Insitute for Global Health and Development) voert vooral klinische research en impact-studies uit, waarop wij beleid kunnen baseren. En denk ook aan het H-TEAM; dit publiek-private samenwerkingsproject behandelt patiënten preventief en koppelt
daaraan een onderzoek met als doel de hiv-epidemie terug te dringen. Je zou het H-TEAM kunnen zien als een proeftuin: als zij resultaten behalen voor Amsterdam, dan kan hun methode worden toegepast in andere regio’s.’

Virtueel maar toch werkelijk

De opening van het Joep Lange Instituut staat gepland voor het eerste kwartaal van 2016. Wie er vanaf dan op de bel wil drukken, komt bedrogen uit. Schellekens: ‘Het JLI wordt een bijna virtueel instituut. Het krijgt geen eigen locatie. We gaan het zoveel mogelijk organiseren vanuit de bestaande structuren, met minimale inzet van extra personeel. Wel met een eigen identiteit en een eigen stichtingsbestuur. In die zin wordt het dus wel een reële entiteit. Momenteel bestaat het bestuur uit drie personen. Zelf ben ik de voorzitter, Peter van Rooijen zit er in vanwege zijn grote ervaring met advocacy en Michiel Heidenrijk vanuit het AIGHD. Als de opening plaatsvindt, zal dat gebeuren met een symposium over wetenschap en beleid. Uiteraard wordt het een internationale aangelegenheid, vergelijkbaar met de herdenkingsbijeenkomst voor Joep Lange in oktober 2014.’ Helaas zal Joep niet meer aanwezig zijn. Maar zijn gedachtegoed zal er monumentaal weerklinken.

De hiv-zorg in Afrika is een groot succes geworden, waardoor op dat continent in toenemende mate hoop is ontstaan