Hiv-projecten in het buitenland benaderen vanuit de Nederlandse inclusiviteits-gedachte

Archief:
GIL 39/40
zomer 2018

Louise van Deth
Directeur Aidsfonds – Soa Aids Nederland

Louise van Deth is van veel markten thuis. Zij studeerde Economie en Klassieke Talen in de VS, behaalde daar haar MBA aan de Tuck School of Business en studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zij begon haar carrière als bankier bij Pierson, Heldring & Pierson, werd adjunct-directeur Centraal Bureau Fondsenwerving, daarna directeur Stichting Natuur en Milieu en trad in 2008 toe als bestuurder bij STOP AIDS NOW!. Vanaf 2016 is zij directeur van Aidsfonds- Soa Aids Nederland. Vanaf haar aantreden werkt zij aan een organisatie die slim investeert en optimaal gebruik maakt van evidence en data.

Louise van Deth

Het Aidsfonds speelt zowel in Nederland als in het buitenland een belangrijke rol als bemiddelaar en subsidieverstrekker. Voor de buitenlandse projecten fungeert het als een niet-gouvernementele organisatie (ngo) en als fonds. Van Deth:
‘De overeenkomst tussen onze binnenlandse en buitenlandse activiteiten is, dat wij projecten van anderen mede mogelijk maken. In Nederland steunen wij bijvoorbeeld de Hiv Vereniging, de belangenorganisatie voor mensen met hiv, maar ook het wetenschappelijk hiv-onderzoek dat zich specifiek richt op genezing van hiv, zowel door medicatie als door middel van sociale projecten. Daarnaast biedt het Aidsfonds bijvoorbeeld financiële ondersteuning aan individuele personen met hiv die op de een of andere manier hun toegang tot de zorg niet kunnen betalen en aan groepen zoals Hello Gorgeous die werken aan de versterking van de positie van mensen met hiv. De activiteiten van Soa Aids Nederland zijn op Nederland gericht. De ondersteuning die het Aidsfonds biedt in het buitenland is uiteraard niet identiek aan wat wij in Nederland doen. Ieder land, iedere regio kent zijn eigen problematiek en zijn eigen manier om de problemen aan te pakken. Daarom zijn onze buitenlandse activiteiten heel divers. Vanuit de Nederlandse gedachte dat je de hiv- epidemie moet aanpakken door te overleggen en samen te werken met die groepen voor wie het beleid bedoeld is, treden wij in overleg met lokale partijen en ondersteunen wij projecten die ter plaatse een grote kans van slagen hebben. Zo hebben wij onlangs een succesvol project in Swaziland afgerond.’

Aidsfonds als ngo en financieringsfonds
Aidsfonds is de projectleider van een aantal grote buitenlandse programma’s die door de Nederlandse overheid worden gesteund. Daarnaast heeft het fonds 160.000 donateurs en wordt het mede gefinancierd door de Postcode Loterij. ‘Wij kunnen jaarlijks een aanzienlijke som geld besteden’, zegt Louise van Deth ‘waarvan een deel in Nederland blijft en een deel naar het buitenland gaat. Momenteel zie je bijvoorbeeld dat veel lage-inkomenslanden zich hebben ontwikkeld tot midden-inkomenslanden. Dat heeft gevolgen voor de prijzen van hiv-geneesmiddelen en voor de geneesmiddelendonaties vanuit het buitenland, waardoor die op slag een stuk duurder worden. Dit staat de toegang tot levensreddende medicatie in het betreffende land in de weg. Wij ondersteunen in dergelijke landen de groeperingen die deze wijzigingen juridisch aanvechten om op die manier de lokale hiv-zorg te beschermen. Wij voeren de juridische gevechten niet zelf, maar ondersteunen altijd lokale groeperingen.

Project PITCH ondersteunt lokale organisaties om te lobbyen bij hun regionale overheden voor betere hiv-zorg

Dit is een mooi voorbeeld van het community-perspectief dat wij hanteren. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld het project Bridging the Gaps in 16 verschillende landen. Dat doen we samen met Buitenlandse Zaken en gedurende 5 jaar werken we samen met specifieke belangengroepen, met als doel de behandeling van mensen met hiv en preventie van hiv te verbeteren. Persoonlijk heb ik hoge verwachtingen van het nieuwe project PITCH, waarbij lokale organisaties worden ondersteund en trainingen krijgen om te lobbyen bij hun regionale overheden voor betere hiv-zorg. Ik ben ervan overtuigd dat het bestrijden van aids en hiv begint bij de politieke wil om er iets aan te doen. Dat geldt eveneens voor onze projecten die specifiek zijn opgezet om heel jonge kinderen met hiv, tussen de 0 en 4 jaar te bereiken. Die zijn alleen succesvol als de overheid er krachtig achter gaat staan. Om deze initiatieven een kans te geven is veel organisatorische en financiële ondersteuning nodig. Dat is precies wat Aidsfonds kan bieden.’

Investeringen in hiv-zorg buiten Nederland ook in ons belang
In Nederland zijn de internationale doelstellingen voor hiv-zorg nog niet gehaald. Dus naast het investeren in het buitenland wil Aidsfonds ook zorgen dat de doelstellingen in eigen land worden bereikt. Van Deth: ‘In Nederland hebben wij ongeveer 23.000 mensen met hiv. Naar schatting 10% van de personen met een infectie kent zijn hiv-status niet. Jaarlijks komen er ongeveer 850 nieuwe hiv-diagnoses bij, waarvan ruim 40% laat –zo je wilt: te laat– in zorg komt. Er is dus nog volop werk aan de winkel in Nederland. Wij hebben ons dan ook stevig ingezet voor oplossingen voor dit probleem, veelal in samenwerking met het RIVM: informatie aan medici om met name huisartsen alerter te maken op hiv, campagnes voor jongeren omdat bij hen de kennis over hiv en de bereidheid condooms te gebruiken terugloopt, informatie via onze eigen online-service Advies.chat over infectierisico’s en veilige manieren om zelf thuis een hiv-test uit te voeren, lobbyen om de hiv-preventiepil PrEP verstrekt en vergoed te krijgen. Ik zou het allemaal graag sneller zien gaan, maar er is vooruitgang. Dat kunnen we helaas niet zeggen van een groot aantal landen om ons heen.

Wat wij zien, is dat het terugdringen van de epidemie goed lukt in landen die goed georganiseerd zijn en waar een liberale houding ten aanzien van seks en drugs bestaat

Niet ver buiten onze grenzen zien we hier en daar de hiv-epidemie als het ware exploderen. Dat is een reële bedreiging; het hiv-virus kent geen staatkundige grenzen. Wereldwijd zijn naar schatting 37 miljoen mensen geïnfecteerd met hiv. Van hen zijn ongeveer 21 miljoen personen in behandeling. Dat is nog maar iets meer dan de helft. Wat we zien, is dat het terugdringen van de epidemie goed lukt in landen die goed georganiseerd zijn en waar een liberale houding ten aanzien van seks en drugs bestaat. Het gaat slecht in conservatieve landen met een autoritaire, repressieve overheid. Dat zijn vaak midden-inkomenslanden die wel over de middelen beschikken om hun landgenoten met hiv te behandelen, maar dat niet doen. Zo zie je bijvoorbeeld dat in de landen van Oost-Europa en Centraal Azië veruit de meeste nieuwe hiv-infecties plaatsvinden, in Rusland alleen al 80% van de totale regio. Het is belangrijk de uitbreiding daar snel een halt toe te roepen. Dit ten eerste voor de mensen in het land zelf en ook om te voorkomen dat wij door import van hiv vanuit het oosten worden teruggeworpen naar een situatie van vele jaren geleden. Om dat te bereiken is het belangrijk juist in die regio groepen en netwerken te ondersteunen die opkomen voor hiv-zorg en preventie van hiv, onder vooral homomannen en drugsgebruikers. In Rusland is de zorg voor vrouwen namelijk vrij goed georganiseerd om moeder-op-kind-besmetting te voorkomen, maar voor homomannen en drugsgebruikers is daar weinig tot niets geregeld. Aidsfonds promoot en ondersteunt daar harm reduction programma’s, zoals we die in Nederland ook kennen, bijvoorbeeld het omruilen van spuiten voor druggebruik en het geven van voorlichting over de gevaren van chemsex.’

Aidsbeleid is politiek
‘Of je nu seksuele voorlichting op scholen organiseert, zoals wij doen samen met Rutgers, of tijdens festivals condooms verstrekt, hiv-projecten opzet met de Ghanese gemeenschap in de Bijlmer, of spuiten omruilt in Moskou, het komt allemaal op hetzelfde neer’, zegt Louise van Deth ‘het gaat allemaal om risicoreductie binnen specifieke groepen. Dat doen we altijd samen met de betrokken mensen zelf. Om dat te kunnen doen, en vooral te mogen doen, is medewerking van de overheid nodig. In wezen wordt alles wat je doet voor een goede hiv-zorg mede door de politiek bepaald. De overheid moet haar wil tonen en zij moet er geld voor vrij maken. Daarom wil het Aidsfonds zo slim mogelijk investeren. Bijvoorbeeld door niet alles zelf te bekostigen, maar door te kiezen voor pilot projecten en de resultaten daarvan over te dragen aan de lokale of nationale overheid, zodat zij er zelf verder mee kunnen. Voor dergelijke pilots is het gebruik van big data essentieel: uit deze gegevens kun je opmaken waar de brandhaarden zich bevinden, welke groepen de meeste risico’s lopen en waar je deze populaties kunt bereiken.

De conferentie is wat mij betreft geslaagd als wij erin slagen de beleidsmakers wereldwijd en in Nederland te activeren

Als wij op deze slimme manier te werk gaan, kunnen wij meer doen met ons budget. Dat vind ik een uitdaging.’
Het is niet verwonderlijk dat Van Deth het succes van de International AIDS Conference beschrijft in termen van politieke bereidheid. ‘De conferentie is wat mij betreft geslaagd als wij erin slagen de beleidsmakers wereldwijd en in Nederland te activeren. Het algemene publiek én de politici moeten opnieuw de urgentie van de strijd tegen hiv en aids in de wereld inzien. Aids is nog niet voorbij, maar wij zijn wel de generatie die een einde kan maken aan de vreselijke hiv-epidemie. Dan moet er wel geld en politieke wil zijn om vanuit de lokale communities, dus met de betrokken mensen zelf, die strijd aan te gaan.’