Het glas is nog niet half vol

Archief:
GIL 39/40
zomer 2018

Peter van Rooijen
Executive Director International Civil Society Support (ICSS)
Voorzitter Amsterdam Planning Group

Peter van Rooijen is voorzitter van het team dat ervoor zorgt dat de International AIDS Conference 2018 een succes wordt voor Nederland. Sinds de keuze voor Amsterdam bekend werd heeft hij zich bezig gehouden met ‘positief polderen’ om alle groeperingen die de conferentie voorbereiden bijeen te brengen en van een platform te voorzien. Dat bleek nog een hele klus te zijn.

Peter van Rooijen

De activiteiten van de Amsterdam Planning Group richten zich vooral op de planning en organisatie voorafgaand en rondom het congres, op Nederlandse initiatieven en op sponsoring. Van Rooijen: ‘Er gaat van alles gebeuren: wetenschappelijke presentaties, ontmoetingen tussen politici en beleidsmakers, werkgroepen, exposities in de Global Village maar ook in de stad, ga zo maar door. Als Amsterdam Planning Group bemoeien wij ons niet met de inhoud daarvan; wij richten ons voornamelijk op de coördinatie en het mogelijk maken van de activiteiten. Daarnaast organiseren wij zelf een beperkt aantal evenementen die vooral gericht zijn op sponsoring van de conferentie, financiering van de hiv-zorg en het creëren van PR-momenten.’

Sponsoring verliep moeizaam
Om de conferentie te organiseren was een bedrag van circa 700.000 euro nodig. ‘Wij dachten dat dat geen probleem zou zijn’, zegt Van Rooijen ‘maar de praktijk bleek veel weerbarstiger. Wij hebben een professionele sponsorwerver in de armen genomen en een mooie presentatie in elkaar gezet om het bedrijfsleven te interesseren voor de conferentie. Maar ondanks aanbevelingen van Prinses Mabel en Minister Ploumen en intensieve gesprekken met bestuurders van grote bedrijven, kregen wij toch nul op rekest. Ik wil geen specifieke bedrijven nawijzen, maar het mag best eens gezegd worden dat bijvoorbeeld DSM, Philips en Shell, die vaak hun maatschappelijke betrokkenheid etaleren, niet met de AIDS Conference wilden worden geassocieerd.

Het gevoel voor urgentie is weggezakt; men denkt dat hiv/aids een overwonnen probleem is

Dat geeft meteen aan dat het klimaat wat dat betreft de afgelopen jaren is veranderd: vroeger bestond die bereidheid wel, maar nu is het kennelijk niet meer sexy om je voor aids in te zetten. Uiteindelijk bleek alleen Heineken de positieve uitzondering te zijn en hebben wij sponsoring weten te verwerven bij de Postcode Loterij, een aantal farmaceutische bedrijven en enkele vermogende particulieren. Daarnaast zijn veel activiteiten door de overheid gefinancierd, met name door de Gemeente Amsterdam, Buitenlandse Zaken en het ministerie van VWS. Die beperkte belangstelling vanuit de samenleving heeft mij doordrongen van het feit dat het gevoel van urgentie is weggezakt. Men denkt dat hiv/aids een overwonnen probleem is, maar dat is geenszins het geval. Dat moeten wij tijdens deze conferentie duidelijk maken.’

Een duidelijke boodschap nodig
‘Wij willen de conferentie aangrijpen om een boodschap van urgentie en hoop uit te dragen’, zegt Van Rooijen. ‘Onze slogan is: AIDS is not over, but it can be. Om deze boodschap over het voetlicht te brengen, heeft de Amsterdam Planning Group een aantal evenementen georganiseerd die de nodige PR moeten opleveren. Woensdag 16 mei was wat dat betreft een belangrijke dag.

Ik geloof erg in de aanpak van hiv-zorg via grote steden, de Fast-Track Cities strategie

Overdag vond het Youth Dialogue Lab plaats. Jongeren gingen via internet met elkaar in gesprek om een hiv/aids-campagne te ontwikkelen. Op het eind van de dag lag er een campagnevoorstel gericht op jongeren. Op diezelfde dag vond’s avonds een concert plaats in AFAS Live, de voormalige Heineken Music Hall, in aanwezigheid van koning Willem Alexander en koningin Máxima. Tijdens de conferentie organiseren wij een Private Sector Summit om de samenwerking met private partijen te bespreken en te bekijken hoe wij obstakels voor partnerships kunnen wegnemen. Gezien de reacties tijdens onze sponsor-werving bij bedrijven is dat geen overbodige luxe. Na het concert willen wij het algemene publiek bereiken met een Pop Up Aids Expo, een als expositie ingerichte container die door het hele land zal rijden. Wij denken dat deze activiteiten de nodige aandacht in de pers zullen opleveren, zodat wij onze boodschap van urgentie en hoop kunnen uitdragen.’

Hiv-zorg moet breed worden gedragen
Het lijkt erop dat de thematiek van de internationale conferentie in de loop van de jaren is verschoven van pure wetenschap naar politiek en lokale projecten. Peter van Rooijen: ‘De weten-schappers, artsen en verpleegkundigen vinden hun weg wel naar het wetenschappelijke congres, en de traditionele belangen-organisaties weten zich wel te profileren in de Global Village. Daarom richten wij onze aandacht vooral op politici en het grote publiek. Zo gaat bijvoorbeeld prinses Mabel een bijeenkomst van parlementariërs voorzitten. Zij zet zich al jaren consistent in voor de aids-bestrijding en zal ongetwijfeld in staat zijn het onderwerp bij de aanwezige politici op het netvlies te krijgen. Verder zijn er zoals gezegd bijeenkomsten met de private sector en met politici uit Oost-Europa en Centraal Azië. Zelf geloof ik erg in de aanpak van hiv-zorg via grote steden, de Fast-Track Cities strategie. In grote delen van de wereld concentreert de hiv-problematiek zich in de grote steden. Daar kunnen lokale overheden plaatselijke projecten steunen om de epidemie terug te dringen. Dat werkt meestal beter dan grote nationale initiatieven. Ook het grote probleem van stigma en discriminatie kan op lokaal niveau beter worden aangepakt. Wereldwijd hebben zich veel grote steden aangesloten bij het project, vaak met goede resultaten. In Amsterdam hebben wij bijvoorbeeld het H-TEAM dat in de regio heeft bijgedragen aan het behalen van goede resultaten doordat de zorg heel dicht op de populatie zit. Mede daardoor hebben wij de 90-90-90 doelstelling al overschreden; in Amsterdam zitten wij rond de 95-95-95. Tijdens de conferentie gaan we dit onder de aandacht brengen tijdens een pre-conferentie over de 90-90-90 doelstellingen. Het is nu wel duidelijk dat wij dat wereldwijd niet gaan halen in 2020. Daarom zeg ik vaak: ‘het glas is nog niet half vol’. Als we geen alternatieve benaderingen gaan opzetten, lukt het niet aids in 2030 de wereld uit te krijgen. Daarvoor is veel meer nodig dan goede medische zorg alleen.’

Andere manier van kijken
De International AIDS Conference is uiteraard een serieuze aangelegenheid. Maar het is ook een ontmoetingsmoment tussen verschillende culturen en daarom wordt in het programma altijd plaats ingeruimd voor kunst, cultuur & debat. Peter van Rooijen: ‘De culturele activiteiten rondom de conferentie gaan allemaal over hiv en aids, maar dan vanuit een ander perspectief. Ik noemde al het Red Ribbon Concert en de Youth Summit van 16 mei. In juli worden er fototentoonstellingen van Adriaan Backer en Colet van der Ven over hiv & stigma en van Marjolein Annegarn (The Stigma Project) ingericht. Atlas2018 heeft twee weken een tentoonstelling in de Beurs van Berlage, met verhalen van mensen met hiv vanuit vele werelddelen. Op 25 juli vindt een fakkeltocht plaats en een dag daarvoor wordt het theaterstuk Poz Paradise opgevoerd. Er vinden symposia plaats over preventie bij transgenders, over hiv bij jongeren en over PrEP en Partner waarschuwing. Het Aidsfonds organiseert een bijeenkomst onder de veelzeggende titel Invest in Communities Now!. Dit is nog maar een greep uit het veelzijdige aanbod. Kortom: deze zomer kun je in Amsterdam niet om de hiv/aids-problematiek heen.’

Hoe voorkomen wij dat de hiv-zorg inzakt?
Volgens Peter van Rooijen is de afgelopen jaren vooral aandacht besteed aan de toegankelijkheid van hiv-medicatie in verschillende landen. Daarmee is indrukwekkende vooruitgang geboekt. Maar bij deze focus op medicatie is de aandacht voor andere essentiële zaken achter gebleven. Van Rooijen: ‘Daarbij denk ik vooral aan de ‘zachtere’ kanten van ons werk, dus niet primair aan de expertise van de behandelaren maar aan aspecten zoals: preventie, seksuele vorming van jongeren, het bereiken van homomannen en verslaafden, mensenrechten en bescherming van jonge vrouwen. Je ziet het vooral in ontwikkelingslanden die zich hebben opgewerkt tot middeninkomenslanden. De financiële steun uit de rijke landen wordt dan minder, de lokale overheden zetten alle financiële middelen in op medicatie en deze ‘zachte’ omringende factoren vallen tussen wal en schip.

Onze hiv-zorg wordt getypeerd door een hoge mate van toegankelijkheid, inclusiviteit, weinig stigma, bescherming van de mensenrechten en een sterk zorg-en verzekeringssysteem

Dit verschijnsel is ook onderkend door het Global Fund, dat nu probeert de flankerende zorg in opkomende economieën in stand te houden. Ik ben van mening dat het Nederlandse model hierbij ondersteuning kan bieden. Onze hiv-zorg wordt getypeerd door een hoge mate van toegankelijkheid, inclusiviteit, weinig stigma, bescherming van de mensenrechten en een sterk zorg- en verzekeringssysteem. De inclusiviteit leidt tot een cultuur van polderen, wat misschien een beetje stroperig is maar wel een breed draagvlak oplevert. Dat levert een situatie op waarin politieke wil ontstaat om iets aan de hiv-problematiek te doen en waarbij voldoende financiële middelen beschikbaar komen. Dit open, laagdrempelige polder-model komt bijna nergens anders voor; misschien een beetje in Engeland. Maar het is een ijzersterk model dat garanties biedt tegen politieke willekeur en opportunisme. Als wij erin slagen iets van deze benadering over te brengen naar andere landen, is wat mij betreft de conferentie geslaagd.’