De rol van hiv-verpleegkundigen wordt steeds belangrijker

Archief:
GIL 38
winter 2017/2018

Gerjanne ter Beest
Verpleegkundig specialist hiv en infectieziekten Rijnstate Ziekenhuis Arnhem

Gerjanne ter Beest is bezig aan een rijke medische loopbaan. Zij werd opgeleid tot verpleegkundige, werd tropisch geneeskundig verpleegkundige en werkte voor Artsen Zonder Grenzen in onrustige gebieden zoals Zuid-Soedan. De cultuur en samenlevingen in Afrika kregen haar in de greep en zij besloot Medische Antropologie te gaan studeren. Als afstudeerproject deed zij onderzoek in een afgelegen gebied in de bergen van Malawi. Na haar terugkeer in Nederland specialiseerde zij zich in 2007 tot hiv-verpleegkundige en volgde de tweejarige master-opleiding tot verpleegkundig specialist. Nu is zij binnen de vereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) voorzitter van de sectie Verpleegkundig Consulenten Hiv (VCH).

Gerjanne ter Beest – Foto: Martijn Gijsbertsen

Gerjanne ter Beest: ‘Binnen de V&VN vertegenwoordig ik de verpleegkundigen en de verpleegkundig specialisten die werkzaam zijn in de Nederlandse hiv-zorg. Dat zijn bij elkaar een kleine 80 personen. En het bijzondere is, dat 100% van de verpleegkundig hiv-consulenten lid is van de V&VN/VCH. Dat zijn alle collega’s uit de 26 hiv-behandelcentra van Nederland. Dat is best een uitdaging, want die groep bestaat uit verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. Alleen die laatste subgroep mag taken overnemen van de arts, zoals het uitschrijven van recepten. Die groep mag ook, conform de Wet Code Geneesmiddelen Reclame, contact hebben met farmaceutische bedrijven en zich door hen laten voorlichten. De verpleegkundigen mogen dat slechts in beperkte mate. Dat betekent dus dat twee doelstellingen van de V&VN/VCH, te weten: deskundigheidsbevordering en beroepsontwikkeling soms langs twee verschillende wegen moeten worden gerealiseerd. De ene groep mag wel naar medische congressen, gesponsord door de farmaceutische industrie, en de andere groep mag dat niet’.

Grote lokale verschillen
Niet alleen verschillen de verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten onderling qua opleiding en bevoegdheden, ook binnen de 26 hiv-behandelcentra bestaan er verschillen. Gerjanne: ‘Het Rijnstate Ziekenhuis is een middelgroot hiv-centrum. Wij hebben er zo’n 700 hiv-geïnfecteerden in behandeling. Er zijn behandelcentra waar men veel meer, maar ook waar men minder hivpatiënten in behandeling heeft. Dat heeft invloed op de werkomstandigheden: uit hoeveel artsen en verpleegkundigen de behandelteams bestaan, en soms ook: hoe de taken zijn verdeeld. Het grootste verschil zit ‘m in de samenstelling van de teams. In Arnhem werken we in kleine één-op-één teams: één behandelaar en één verpleegkundig specialist. Daardoor behandel je de patiënten in feite samen. Er vindt veel onderling overleg plaats en samen zoeken we uit wat het beste is voor de individuele patiënt. Ik vind dat een mooi model; het is transparant, duidelijk en persoonlijk voor de patiënt. Het komt de zorg ten goede’.

Wij zouden onze beroepsgroep goed kunnen profileren, bijvoorbeeld door de rol die wij kunnen spelen bij de PrEP-behandeling

Functie verpleegkundig hiv-consulent in beweging
In hoeverre de samenwerking en rolverdeling tussen medisch specialisten enerzijds en verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten anderzijds kan worden geoptimaliseerd, zal komende maanden worden onderzocht vanuit de Erasmus Universiteit. Gerjanne: ‘Voor de V&VN/VCH wordt het in de nabije toekomst belangrijk om onze beroepsgroep goed te profileren, bijvoorbeeld als het gaat om de rol die wij kunnen spelen bij nieuwe ontwikkelingen zoals de PrEP-behandeling. PrEP-medicatie wordt gegeven aan personen die niet geïnfecteerd zijn met het hiv-virus en dus geen ‘patiënt’ zijn. Deze preventieve zorg hoort eigenlijk niet thuis in een ziekenhuis waardoor deze personen niet op dezelfde wijze worden behandeld als hiv-geïnfecteerde personen.

Thema’s die wij momenteel in onderzoek hebben zijn: het bespreken van seksualiteit, redenen voor chemseks, therapietrouw en transitie van jongeren met hiv naar de volwassenzorg

In die setting is de samenwerking tussen GGD-en, huisartsen en hiv-behandelcentra van cruciaal belang. Maar niet alleen over PrEP denkt de V&VN/VCH na, de gehele toekomstige hiv-zorg heeft onze aandacht. Onze specialistische beroepsgroep vindt deskundigheidsbevordering erg belangrijk. Wij zetten in op bijscholing, waarvan de cursussen farmacotherapie een voorbeeld zijn, en op congresbezoek, ook voor verpleegkundigen, die daarin nu nog worden beperkt. Onze inzet voor e-Health zou je met reden innovatief kunnen noemen, hoewel dat niet in alle centra even gemakkelijk van de grond komt omdat er per ziekenhuis anders wordt omgegaan met ICT-projecten. Een belangrijke factor binnen de V&VN/VHC om aan de competenties van onze leden te werken, is onze wetenschapscommissie. Deze groep initieert wetenschappelijk onderzoek door en voor verpleegkundig hiv-consulenten. Thema’s die wij momenteel in onderzoek hebben zijn bijvoorbeeld: het bespreken van seksualiteit, redenen voor chemseks, therapietrouw en transitie van jongeren met hiv naar de volwassenzorg. Mede hierdoor hopen wij onze zorg verder te verbeteren’.

Extra waarde creëren voor patiënten
De Value Based Healthcare benadering die binnen het OLVG voor de hiv-zorg is ontwikkeld, heeft snel zijn weg gevonden naar de V&VN/VCH. Gerjanne: ‘Het werkt goed om voorafgaand aan het spreekuur vragenlijsten aan de patiënt voor te leggen. Voor zo ver wij ze hebben kunnen testen, leveren de vragenlijsten positieve reacties op bij patiënten. Maar ook op andere manieren kun je extra waarde creëren voor patiënten. Zo hebben wij volop aandacht voor thema’s zoals therapietrouw, N=N (oftewel: niet detecteerbaar is niet overdraagbaar), gezond leven met hiv, seksuele gezondheid, stigma en het in behandeling houden van patiënten. Ter bevordering van de therapietrouw wordt de richtlijn therapietrouw herzien en blijven wij onderzoeken welke rol apps daarbij kunnen spelen. Hierbij zien wij een centrale rol weggelegd voor de verpleegkundig hiv-consulent. Ook kunnen wij vanuit het behandelteam een belangrijke rol vervullen bij het bestrijden van het stigma rondom hiv, met name bij het geïnternaliseerde stigma (de druk die een hiv-geïnfecteerde zichzelf oplegt vanuit gevoelens van schaamte en spijt) door met de patiënt te praten of contacten tot stand te brengen met andere hivpatiënten. Aan het verminderen van het externe stigma kunnen wij werken door bijvoorbeeld te proberen de vooroordelen over hiv weg te nemen in andere sectoren van de zorg, zoals het informeren van tandartsen over infectierisico’s en het onderhouden van contacten met verzorgingshuizen die steeds vaker te maken krijgen met de ouder wordende hiv-populatie.’

Ter bevordering van de therapietrouw blijven wij onderzoeken welke rol apps daarbij kunnen spelen

Speciale aandacht voor specifieke groepen
‘Extra waarde creëren’ lijkt een sleutelbegrip te worden binnen de hiv-zorg. Daarbij komt het aan op veel creativiteit in het geval van specifieke doelgroepen zoals migranten en hetero’s. Gerjanne: ‘In Arnhem organiseren wij drie keer per jaar een vrouwendag voor vrouwen met hiv. Die zijn gemakkelijker te bereiken dan heteromannen met hiv. Wij proberen onze patiënten te ondersteunen in samenwerking met de Hiv Vereniging, die voor individuele patiënten peers aanbiedt: hiv-positieve patiënten die door de Hiv Vereniging zijn getraind om andere hiv-patiënten te ondersteunen. Daarnaast wordt door het hele land in samenwerking met de Hiv Vereniging de workshop ‘positief leven’ aan patiënten aangeboden. Dat werkt goed, vooral wat betreft het thema ‘stigma’. Ook hebben wij nauwe contacten met projectgroepen die ondersteuning bieden aan hiv-positieve migranten. Bijvoorbeeld het Adhero-project in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam waarbij eveneens peers worden ingezet, en het Positive Sister Project van ShivA  waarbij migrantenvrouwen (de ‘Positive Sisters’) worden getraind om andere migrantenvrouwen met hiv te begeleiden. Met dergelijke initiatieven proberen wij de 90-90-90 doelstelling van de WHO te halen: 90% van de hiv-geïnfecteerden opsporen, daarvan 90% in behandeling houden en daarvan 90% naar een ondetecteerbaar virusniveau brengen. Met name de eerste stap van 90% is in Nederland nog een probleem.

Voor het opsporen van nieuwe hiv-patiënten moeten wij samenwerken met huisartsen, Soa-klinieken en GGD-en, maar daarvoor hebben de meeste huisartsen het te druk en ontbreekt vaak het geld

Voor het opsporen van nieuwe hiv-patiënten moeten wij samenwerken met huisartsen, Soa-klinieken en GGD-en, maar daarvoor hebben de meeste huisartsen het te druk en ontbreekt vaak het geld. Nederland is op hiv-gebied altijd een gidsland geweest. Om de hiv-epidemie in Nederland definitief te stoppen en de kwaliteit van leven van de hivpatiënten te verbeteren zijn aanvullende stappen noodzakelijk. De NVHB en V&VN/VCH hebben samen met de Hiv Vereniging een Hiv-plan 2017-2022 opgesteld met daarin onze ambities voor hiv-preventie en -zorg in Nederland. Alleen door aanvullende acties zullen we in staat zijn om onze leidende rol te behouden. Dit plan is op 1 december 2017 naar de directeur publieke gezondheid van VWS gestuurd. Behalve preventie is ook het in behandeling houden van ‘lastige’ patiënten een moeilijke opgave. Wij proberen dit te doen door de patiënten die niet op hun afspraak komen of die niet therapietrouw zijn na te bellen en samen te werken met de huisarts. Die hebben we, zoals gezegd, toch al hard nodig als we erin willen slagen 90% van de geïnfecteerde personen te detecteren. Al met al is er nog veel werk te doen.’

V&VN/VCH op weg naar het Aids Congres 2018
Gerjanne ter Beest: ‘Momenteel wordt de V&VN/VCH beheerst door een aantal grote onderwerpen, in het bijzonder: de eerder genoemde taakherschikking tussen de hiv-behandelaren, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen welke wordt onderzocht door masterstudenten van de afdeling Gezondheidswetenschappen BMG van de Erasmus Universiteit. Dit is momenteel wel het belangrijkste onderwerp. De V&VN/VCH hoopt zich te kunnen profileren tijdens de World Aids Conference 2018 in Amsterdam. Dan hopen wij ons te kunnen neerzetten als verpleegkundig hiv-consulenten die hecht samenwerken met de hiv-behandelaren vanuit een grote mate van kennis over de noden en de wensen van hivpatiënten en met uitgebreide praktische netwerken.’