Community Involvement in de praktijk

Archief:
HEP 15
najaar 2018

Paul Zantkuijl
Beleidsmedewerker Soa Aids Nederland


Wie zijn de MSM met een hoog risico op een hepatitis C-infectie? Hoe kun je deze mannen identificeren, voorlichten, maar vooral: samen met hen ervoor zorgen dat het aantal hepatitis C-infecties omlaag gaat? Het zijn kernvragen bij de organisatie MCFree. Om antwoorden te vinden en gerichte acties op te zetten werd projectteam NoMoreC opgericht. Paul Zantkuijl is vanuit Soa Aids Nederland actief voor deze groep. Eerder was hij 9 jaar presentator, verslaggever en redacteur bij Classic FM en de publieke omroep, en 11 jaar persvoorlichter voor AidsFonds/Stop Aids Now en Soa Aids Nederland. Voor die laatste organisatie is hij sinds 5 jaar beleidsmedewerker MSM. Paul kent de Amsterdamse MSM-gemeenschap en de risico’s van HCV door en door.

Paul Zantkuijl – Foto: Emilio Brizzi

NoMoreC richt zich in Amsterdam tot MSM die risico lopen op hepatitis C, met de slogan C WhatYouCanDo! Met als doel: het aantal nieuwe hepatitis C-infecties te verminderen in nauwe samenwerking met de Amsterdamse homogemeenschap. De risico’s van een HCV-infectie moeten bij deze groep duidelijker op de kaart worden gezet en NoMoreC wil adviezen geven over vermindering van deze risico’s. Maar daarvoor moet de groep wel eerst worden benaderd. Paul Zantkuijl: ‘In Amsterdam wordt de belangrijkste risicogroep gevormd door MSM die actief zijn in specifieke seksuele netwerken. Daarbij kun je onder meer denken aan fetisj-liefhebbers, bijvoorbeeld mannen die opgewonden raken van lederen kleding, of juist van rubber kleding of sportswear. Wij benaderen niet alleen individuen, maar kiezen ook voor een netwerkbenadering. Wij proberen in contact te komen met seksuele netwerken en samen met de mannen uit deze netwerken bewustwording te creëren rond HCV. Met een Engelse term: community involvement.’

Zien wat je zelf kunt doen
NoMoreC heeft vier concrete doelstellingen: voorlichting geven over hepatitis C, advies op maat verschaffen over risico en risicoreductie, MSM die risico hebben op HCV motiveren om een RNA-zelfafnametest te bestellen en hen ertoe te bewegen de gratis NoMoreC Toolbox te bestellen. Zantkuijl: ‘Uit de MOSAIC-studie kwamen zes risicofactoren naar voren voor hiv-positieve MSM. Hoewel wij ons ook richten op MSM die niet hiv-positief zijn, hebben wij deze zes risicofactoren omgebouwd naar 10 vragen op internet waarmee MSM hun risico online kunnen inschatten. Op grond daarvan ontvangen zij een op-maat testadvies en (zo nodig) het advies de ‘C-test’, een RNA-zelfafnametest van NoMoreC aan te schaffen.

In Amsterdam wordt de belangrijkste risicogroep gevormd door MSM die actief zijn in specifieke seksuele netwerken

Het is een van de manieren waarop wij proberen de awareness binnen de seksuele netwerken te vergroten. Dit is de benadering vanuit de individuele deelnemers. Maar wij werken parallel daaraan ook vanuit de netwerken: wij hebben een sleutelfiguur gevonden (de manager van een veel bezochte MSM sauna) die contacten heeft binnen verschillende netwerken. Met zo’n 60 mannen uit die groepen hebben wij bijeenkomsten georganiseerd zoals een informatieavond en focusgroepdiscussies. Zij hebben ook geholpen de 450 Toolboxen die NoMoreC heeft geproduceerd, in te pakken. Daarin zitten attributen die het risico op een HCV-infectie kunnen verminderen.’

Het moet van twee kanten komen
NoMoreC is zowel online als face-to-face actief om de doelgroepen te bereiken. Zantkuijl: ‘Wij plaatsen bijvoorbeeld boodschappen over HCV op datingsites voor MSM en roepen hen op om binnen 14 dagen na een risicovol contact een test af te nemen. Die oproep zullen wij deze zomer ook plaatsen na de GayPride in Amsterdam, maar ook nadat er grote gay events hebben plaatsgevonden in Barcelona, Londen en Berlijn, waar doorgaans veel Amsterdamse MSM naar toe gaan. Inmiddels zijn er vanuit de community 10 Boy Scouts actief die bij festivals, in homobars en op feesten MSM die zij kennen aanspreken en hen kaartjes met voorlichtende teksten meegeven die aanzetten tot nadenken over risicoreductie. Veel activiteiten komen tot stand vanuit de doelgroepen zelf. Zo zijn er voor de website striptekeningen gemaakt om het risico op HCV bij seks in beeld te brengen. Daarbij is geen enkel taboe geschuwd. En op de affiches en advertenties die de community heeft gemaakt, zijn MSM uit onze doelgroepen afgebeeld met ervaringsverhalen waarin zij vertellen dat zij zich bewust zijn van het risico op HCV en wat zij doen om hepatitis C de pas af te snijden. Wij merken dat de MSM die wij bereiken erg dankbaar zijn. “Goed dat jullie dit doen” horen wij vaak. Dat is goed, want community involvement werkt alleen als het probleem ook echt leeft bij de doelgroep. Dat is kennelijk het geval bij HCV.’

Toolbox voor risk reduction
Awareness en voorlichting zijn twee belangrijke onderdelen van het NoMoreC-programma, maar gedragsverandering is onderdeel drie. En dat is niet de eenvoudigste. Zantkuijl: ‘Om bij onze doelgroepen het risico op HCV tijdens de seks te reduceren, hebben wij in overleg met de community en het RIVM de NoMoreC Toolbox ontwikkeld. Deze wordt verspreid via fetisj-shops, de Condomerie, alle hiv-behandelcentra in Amsterdam en de soapoli van GGD Amsterdam. Ook kan de Toolbox online besteld worden via NoMoreC.nl. In de Toolbox zitten middelen die kunnen bijdragen aan risk reduction, zoals latex handschoenen voor het fisten (en nitrilhandschoenen voor degenen met een latexallergie) en desinfectiemiddelen voor zowel de huid als de plek waarop mannen seks met elkaar hebben en waar glijmiddelresten met HCV achter kunnen blijven.

Wij merken dat de MSM die wij bereiken erg dankbaar zijn

Denk bijvoorbeeld aan een plastic zeil dat sommige mannen ter bescherming over hun matras heen leggen. In de Toolbox zitten ook condooms, hoewel we weten dat in HCV-netwerken het condoomgebruik laag is. Tijdens seksfeestjes vindt vaak chemsex plaats: gebruik van (verschillende soorten) drugs die ervoor zorgen dat de seks heftiger wordt ervaren en in sommige gevallen het uithoudingsvermogen fors wordt verhoogd. Het risico ervan ligt onder meer in de toedieningsvormen. De drugs kunnen worden geslikt, gerookt, gesnoven, ingespoten of anaal worden ingebracht. Daarbij kunnen minimale hoeveelheden bloed worden overgedragen, voldoende voor een HCV-infectie. Op zich valt dat risico wel te vermijden door geen materialen te delen. Maar chemsexgebruikers verkeren na het innemen van de drugs veelal in een mentale toestand waarin zij minder scherp zijn op risicoreducerende maatregelen. De hulpmiddelen om chemsex veiliger te maken zitten in de Toolbox in een separaat doosje. Dit doosje bevat spuiten, stericups en rietjes in verschillende kleuren.

In de Toolbox zitten middelen die kunnen bijdragen aan risk reduction

De boodschap daarvan is: deel nooit drugsattributen; kies je eigen kleur. Ook hebben we een naaldencontainer erbij gedaan. Met de NoMoreC Toolbox werken we kortom aan bewustwording rond hygiëne, maken we risk reduction eenvoudiger en hopen wij bij te dragen aan vermindering van HCV-overdracht.’

Bereik buiten Amsterdam komt op gang
Voorlopig richt NoMoreC zich vooral op netwerken van MSM met een hoog risico op HCV-overdracht in Amsterdam, maar de ambities reiken verder. Zantkuijl: ‘Het gaat om alle MSM in Nederland met een hoog risico; zij moeten op de hoogte worden gebracht van onze activiteiten. De NoMoreC Toolbox bestaat sinds februari 2018. Wij zijn er dus nog maar onlangs mee gestart. Er zijn er 450 geproduceerd en we hebben er tot nu toe een honderdtal geplaatst. Het is de bedoeling dat de boxen ook buiten Amsterdam wordt aangeschaft. Nu al hebben de GGD-en Haaglanden en Utrecht demonstratie-exemplaren voor in hun soa-poli’s aangevraagd zodat de box via NoMoreC.nl door hun cliënten kan worden besteld. Naast de risicoreducerende hulpmiddelen die ik zojuist heb genoemd, bevat de box een informatiefolder, een instructiekaart en kortingscodes voor de HCV-zelfafnametest. Kortom: NoMoreC begint nu al buiten Amsterdam bekendheid te krijgen, maar de kern van onze activiteiten ligt bij de seksuele netwerken in de hoofdstad.’