Samen met MSM-groepen het risico op hepatitis C reduceren tot nul

Marc van der Valk ziet als internist-infectioloog in het AMC veel mensen met een hiv-infectie. Binnen deze patiëntengroep komen ook co-infecties met hepatitis C voor. Freke Zuure is onderzoeker bij de GGD Amsterdam en promoveerde na haar studie Gezondheidscommunicatie aan de Universiteit Twente op het onderwerp ‘screening van risicogroepen op hepatitis C’. Samen zijn Van der Valk en Zuure actief binnen een nieuw initiatief dat luistert naar de naam MCFree/NoMoreC en dat wordt uitgevoerd binnen een consortium. Het eerste gedeelte van deze naam, MCFree staat voor: Amsterdam MSM hepatitis C Free. Het is een consortium dat het elimineren van HCV onder Amsterdamse MSM nastreeft. Het tweede gedeelte van de naam, NoMoreC, heeft betrekking op het onderdeel binnen MCFree dat zich bezig houdt met community involvement.

Community Involvement in de praktijk

Wie zijn de MSM met een hoog risico op een hepatitis C-infectie? Hoe kun je deze mannen identificeren, voorlichten, maar vooral: samen met hen ervoor zorgen dat het aantal hepatitis C-infecties omlaag gaat? Het zijn kernvragen bij de organisatie MCFree. Om antwoorden te vinden en gerichte acties op te zetten werd projectteam NoMoreC opgericht. Paul Zantkuijl is vanuit Soa Aids Nederland actief voor deze groep. Eerder was hij 9 jaar presentator, verslaggever en redacteur bij Classic FM en de publieke omroep, en 11 jaar persvoorlichter voor AidsFonds/Stop Aids Now en Soa Aids Nederland. Voor die laatste organisatie is hij sinds 5 jaar beleidsmedewerker MSM. Paul kent de Amsterdamse MSM-gemeenschap en de risico’s van HCV door en door.

CELINE gaat patiënten met een chronische HCV-infectie terugbrengen in de zorg

CELINE staat voor: Hepatitis C Elimination in the Netherlands. Het is een project dat wordt georganiseerd vanuit HepNed, een onafhankelijke stichting die patiëntgebonden onderzoek naar virale hepatitis in Nederland coördineert. In HepNed werken onderzoekers uit de acht academische centra multidisciplinair met elkaar samen: MDL-artsen, infectiologen, microbiologen en ziekenhuisapothekers. Het uiteindelijke doel is dat de juiste hepatitispatiënten op het goede moment adequate therapie ontvangen. Zo is recent de HepNed-002 studie naar het effect van ribavirine en antivirale therapie bij HCV gepubliceerd (Aliment Pharmacol Ther 2017 Nov; 46(9): 864-872)

Retrieval in de praktijk

Joop Arends is sinds 2009 als infectioloog werkzaam bij het UMC Utrecht, waar hij zo’n 250 hiv-geïnfecteerden in begeleiding heeft en een groot aantal hepatitis-C patiënten heeft behandeld. Voor HCV werkt hij samen met een MDL-arts/hepatoloog en een gespecialiseerd verpleegkundige. Zijn interesse in hepatitis stamt uit de periode van zijn promotie-onderzoek: In 2010 promoveerde hij op een proefschrift onder de titel ‘Immunological and virological changes during treatment for hepatitis C virus infections’, waarin hij met name de veranderingen in het aantal T-cellen en de viral load bestudeerde als voorspellers van het behandelsucces. Met name een verlaging van de viral load bleek het succes te voorspellen. Als behandelaar en onderzoeker werkt hij mee aan de DAHHS- en MOSAIC-studies naar acute hepatitis C, aan het samenwerkingsverband HepNed tussen de 8 academische centra in Nederland en aan het landelijk ‘Richtsnoer Hepatitis C’. Ook is hij actief op internationaal niveau. Binnen HepNed werkt hij aan de REACH-studie, gericht op HCV-patiënten die in het verleden zijn gediagnosticeerd maar niet in zorg verkeren. Dit project is de opmaat geweest naar CELINE.

Helder overzicht van de stand van zaken in de hepatitiszorg

Roel Coutinho behoeft geen nadere introductie. Maar niet iedereen weet dat hij voorzitter was van de commissie HBV/HCV van de Gezondheidsraad. Het rapport van zijn commissie samen met het plan, gecoördineerd door het RIVM, hebben geleid tot het Nationaal Beleidsplan Chronische Hepatitis, dat als ondertitel heeft: ‘een strategie voor actie’. Het overzicht van de stand van zaken en een aanbeveling over de verdere ontwikkeling van de Nederlandse hepatitiszorg ligt dus klaar. Nu is het aan de organisaties om het plan in te vullen en de financiering rond te krijgen. Coutinho licht het beleidsplan toe en geeft aan waar eventuele knelpunten liggen.

Hepatitiszorg ook buiten het ziekenhuis

Je kunt afwachten tot patiënten met HBV of HCV naar het ziekenhuis komen, maar je kunt ze ook actief tegemoet treden. In dat opzicht heeft Rotterdam een traditie, zoals vroeger met het project ‘China aan de Maas’ en met actieve participatie in de methadonposten Rotterdam Noord, West en Zuid. Jan den Hollander zet deze traditie voort met het infectiologenteam van het Maasstad Ziekenhuis, bestaande uit drie specialisten en vijf verpleegkundigen. Zij werken binnen het ziekenhuis, maar ook daarbuiten met projecten gericht op (ex)verslaafden, gedetineerden, migranten en vluchtelingen.

Eenvoudige opsporing van chronische hepatitispatiënten

Voor de opsporing van mensen, geïnfecteerd met het HBV- of HCV-virus, dienen zich verschillende risicogroepen aan: immigranten uit Azië, Afrika en Middellandse Zee landen,
(ex)drugsgebruikers en mannen die seks hebben met mannen. Niet elke groep is even eenvoudig te mobiliseren om zich op een HBV- of HCV-infectie te laten testen. Maar een andere benadering van risicogroepen kan sneller tot resultaten leiden: spoor de personen op die in het verleden al eens als geïnfecteerde zijn geregistreerd en roep hen op voor een hertest. In de kop van Noord-Holland is deze benadering in gang gezet. Hoe is deze methode aangepakt en is het model overdraagbaar naar andere regio’s?

Samenwerking verslavingszorg en hepatitiscentra is cruciaal voor goede hepatitiszorg

In Nederland is een van de belangrijkste risicogroepen voor een HBV- of HCV-infectie: mensen die in het verleden zijn besmet via drugsgebruik. Hoewel het aantal mensen dat drugs injecteert in ons land sterk is afgenomen, worden in de verslavingszorg nog duizenden voormalig drugsinjecteerders behandeld voor een heroïne en/of crack verslaving. Volgens een ruwe schatting zou in deze groep 1 op de 3 zijn besmet met HCV.

Voor de huisarts is HCV één van de vele infecties

Adrie Heijnen is bijna 30 jaar werkzaam in een huisartsenpraktijk aan de Oudezijds Voorburgwal, midden in de rosse buurt van Amsterdam. Hij begon er ooit als assistent aids-zorg en is sinds 25 jaar praktijkhouder samen met collega De Meij. In de loop der jaren zag hij zijn patiëntenpopulatie en de zorg die hij moest bieden enkele keren veranderen en ook nu wordt de praktijk geconfronteerd met de omstandigheden die tekenend zijn voor het huidige tijdsgewricht. Eén van de recente ontwikkelingen is de zorg voor hepatitispatiënten, in het bijzonder voor mensen met een HCV-infectie. Welke rol kan en wil de huisarts daarin nemen?

Hepatitiszorg nieuwe stijl

Al 13 jaar is Rob de Man actief als opleider voor aankomend MDL-artsen. Daarnaast is hij medisch coördinator kliniek en dagbehandeling MDL en waarnemend afdelingshoofd. Op het gebied van hepatitis is hij coördinator van het categoriaal spreekuur en behandelt hij zelf hepatitispatiënten. Toen enkele jaren geleden de zorg voor hepatitispatiënten een nieuwe fase inging, stond Rob de Man aan de wieg van de organisatie ervan. Hij volgt de ontwikkelingen op de voet en heeft duidelijke ideeën over hoe het verder moet met de hepatitiszorg in Nederland en met de opleiding van MDL-artsen.