Betere zorg door integratie deelspecialismen

Zij maakte het mee in de Harvard Medical School te Boston, USA: geïntegreerde zorg voor immuungecompromitteerde patiënten met een levensbedreigende infectie. Hematologen, infectiologen, microbiologen en virologen werken er nauw samen om snel en adequaat de vereiste therapie in te zetten, zonder tijdverlies door onderlinge verwijzingen en met behulp van een compacte overlegstructuur. Het inspireerde haar om ook in Nederland een dergelijk systeem op te zetten, te beginnen in Utrecht.

Nucleaire Geneeskunde uiterst nuttig bij schimmelinfecties

Volgens Andor Glaudemans is de afdeling Nucleaire Geneeskunde en Moleculaire Beeldvorming van het UMC Groningen één van de meest vooruitstrevende nucleaire afdelingen ter wereld. Daarom is hij blij deel uit te maken van het team van zeven nucleair geneeskundigen aan het UMCG, nadat hij na een aanvankelijke opleiding Chirurgie in Nijmegen met een opleidingsplaats Nucleaire Geneeskunde in Utrecht de ommezwaai maakte naar dit betrekkelijk nieuwe en onbekende specialisme. Binnen het Groninger team richt hij zich vooral op infectieuze aandoeningen en oncologie. Zijn collega’s hebben zich toegelegd op bijvoorbeeld cardiologie, neurologie, chirurgie en het toedienen van nucleaire therapieën. Glaudemans is van mening dat de nucleaire geneeskunde aan de vooravond staat van een grote bloeiperiode en dat onder meer patiënten met diepe schimmelinfecties daarvan zullen profiteren.

Schimmelinfecties slagvaardig behandelen

Vanaf 2009 is Bart Span hematoloog in het UMC Groningen, met speciale belangstelling voor infecties bij immuungecompromitteerde patiënten. Hij studeerde Geneeskunde in Nijmegen, specialiseerde zich in Arnhem en Chicago en promoveerde aan de Universiteit van Nijmegen, waar hij geraakt werd door de bevlogenheid van de bekende specialist op het gebied van schimmelinfecties Ben de Pauw. Vervolgens werkte hij 6 jaar als chef-de-clinique in Maastricht en een jaar in Utrecht voordat hij neerstreek in Groningen, waar hij deel uitmaakt van een team van 12 hematologen. In de loop van zijn carrière heeft Span veel mensen met diepe schimmelinfecties behandeld. Er is het nodige veranderd, maar volgens Span kan er nog veel worden verbeterd.

Behandeling van kinderen stelt specifieke eisen aan de zorg

Kinderoncoloog dr. Wim Tissing van het Beatrix Kinderziekenhuis in het UMC Groningen is specifiek geïnteresseerd in supportive care: over welke mogelijkheden beschikken wij om de bijwerkingen van therapieën te minimaliseren, de kwaliteit van leven van de patiënten rond hun behandeling te verbeteren en te voorkomen dat er later in het leven extra problemen ontstaan door de behandeling? ‘Van radiotherapie bijvoorbeeld, weten we dat dit bij kinderen relatief meer problemen op lange termijn veroorzaakt dan bij volwassenen, bijvoorbeeld groeistoornissen. Dus probeer je radiotherapie zo veel mogelijk te vermijden. Tot supportive care behoort ook: bestrijding van pijn, misselijkheid, infecties en de inzet van maatschappelijk werk voor de patiënt en diens familie’, zegt Tissing, die voorzitter is van de taakgroep Supportive Care van de Stichting Kinderoncologie Nederland, SKION. ‘Supportive care wordt steeds belangrijker.’

Snuffelen aan de patiënt

Bij immuungecompromitteerde patiënten heeft een invasieve Aspergillus-infectie vaak een fataal beloop. De mortaliteit is hoog (afhankelijk van de omstandigheden soms >50%) en kan alleen omlaag worden gebracht met een adequate behandeling op basis van tijdige diagnostiek. In de praktijk is dat niet eenvoudig. De patiënten verkeren vaak in een slechte conditie, de infectie kan zich snel uitbreiden en de diagnostiek is meestal erg belastend. Koen de Heer, hematoloog in het Flevoziekenhuis en het AMC, onderzoekt een nieuwe methode om op snelle en elegante manier de diagnostiek uit te voeren: de eNose.

Wetenschappelijke onderbouwing voor keuzes in de zorg

‘Ik richt mij op de evaluatie van medische technologieën, of dat nu gaat om medische hulpmiddelen, geneesmiddelen of behandelprocedures. Meer in het bijzonder: economische evaluaties. Hoeveel wordt er geïnvesteerd en wat is uiteindelijk de opbrengst in termen van gezondheidswinst. Dat klinkt misschien alsof het louter om budgetten gaat, maar dat is niet het geval. Het gaat primair om doelmatigheid. Het is bij voorbeeld voor alle betrokkenen interessant te weten hoe frequent je een diabetespatiënt moet controleren op de poli en hoe vaak hij zijn bloedsuiker moet prikken om de glucosespiegel adequaat onder controle te houden. Dat is zowel van belang voor de arts, de patiënt en de zorgverzekeraar als voor de maatschappelijke financiering van de zorg. Volgens mij moeten health economic studies een belangrijke rol spelen bij de keuzes in de gezondheidszorg’.